Het zat al een paar jaar in mijn hoofd: fietsen van Nederland naar Ligurië, de regio waar mijn vrouw vandaan komt. Afgelopen voorjaar was het zover. Dat het zó intens genieten is van echt alles wat je tegenkomt op zo’n reis naar Italië, had ik niet verwacht. Noodweer, panne aan de fiets en kilometerslang klimmen zijn op zo’n reis door Europa gewoon leuk.
Ik beschouw mezelf als een matige tot redelijke fietser. In het clubje waar ik al een jaar of tien jaarlijks wat zware bergen in Frankrijk en Italië mee bedwing, zit ik meestal in het groepje achterin dat dan een kwartiertje later boven op de berg staat. Mijn fiets en fietscomputer zijn meestal wat meer gedateerd. Mijn trainingskilometers zijn stukken minder dan wat de fietsvrienden trots delen op de fietsfreak-app Strava.
Maar niets weerhield mij ervan om, met de zomer bijna daar, vanaf de Sint Servaasbrug in Maastricht te vertrekken voor een tocht van 1300 kilometer. De fiets met fietstassen had ik in de weken ervoor al uitgetest. Een proefrondje van honderd kilometer kwam ik ongeschonden door. Eenmaal uitgezwaaid ging ik dan ook zelfverzekerd op pad.
‘Heer, bescherm ons en de natuur’, las ik op een bordje vlak bij een oude cementgroeve, een kwartier na vertrek. Ja, doe maar, dacht ik, snel doorfietsend langs een Hollandse molen. Voor ik het wist zat ik al in België. Bij Sippenaken was ik de eerste grens van deze reis gepasseerd.
Waarom?
Waarom doe ik dit? Die vraag stelde ik mezelf al snel. Het antwoord kwam ook snel: het is de ultieme vrijheid. Op de fiets kom je overal, is even stoppen geen probleem, is er alle tijd om over van alles en nog wat na te denken. En als je even geen zin hebt… praktisch overal is het uitzicht prachtig en precies daar staat dat bankje klaar en roept: kom even chillen, man. En dat doe je dan ook. Want wie zegt dat het niet kan?
Als beginnend fietsvakantieman had ik voor de eerste twee dagen alvast een hotel geboekt. Het waren weekenddagen en dan weet je maar nooit in dit prachtige grensgebied tussen Nederland, België én Duitsland. Via een bospad bleek ik alweer een grens over te zijn gegaan en kwam ik uit op de Vennbahn in Duitsland: een oude spoorlijn van 125 kilometer van Aken, door het oosten van België, naar Luxemburg. Tegenwoordig is het een prachtig fietspad dat ik bijna helemaal zou afrijden. Maar op dag één was mijn stop een hotel op het Duitse stuk, niet ver van Monschau. Tijd voor ein Weissbier, worst, friet en een salade.
Benieuwd naar het hele artikel? Lees verder in het nieuwste Reisbizz magazine.
Meer van dit soort verhalen lezen? Word member en ontvang elke maand het nieuwste magazine op je deurmat.