Voor het eerst in mijn leven zag ik vanuit het vliegtuig de Waddeneilanden. Ze lagen onder me als toefjes spuitslagroom. Ik vloog door januarisneeuw richting Scandinavië. Dat was nieuw. Sterker nog: nooit eerder voelde ik de aandrang ‘s winters Zweden te bezoeken.
Ik ben een gecertificeerde kleumkat. Alles boven Hamburg is ’s winters verdacht terrein. Onvoorspelbaar. Te koud. Mijn ideale winterbestemming? Binnen.
Noord-Europa ken ik best goed, maar vooral uit noodzaak. Twee keer familieskiën in Noorwegen. Eén keer Zweden voor wandelwerk in een bijna polaire zomerweek. Eén keer Stockholm in ijsregen, nadat een cruiseboot zonder mij vertrok. Drie keer IJsland voor werk: korte dagen in hete bronbaden. En jawel!, de Faeröer eilanden: ik won er een reis voor de hele familie. We vonden het magnifiek; zo chagrijnig ben ik nou ook weer niet. Maar verder: Scandinavië, been there, done that.
Thuis ook een IKEA
Het was de schuld van mijn vrouw. Na lezing van een ronkend Stockholm Winterstijl-verhaal in VT Wonen, bleek ze volledig gebeten van het designhondje. ‘Hier wil ik heen,’ zei ze. ‘Waarom?’ zei ik.
‘Wat moeten we in die ijskast? Wat is er mis met Napels of Kaapstad? We kunnen hier ook naar IKEA. En stel dat het vier dagen sneeuwstormt?’
‘Slecht weer bestaat niet, alleen slechte kleding.’ Stond ook in het artikel.
We boekten een lang weekend. Ik bereidde me voor op drie nachten doodvriezen in Stockholm. Merinowollen thermo-ondergoed. Fleecetruien. Winterlaarzen en chemische handwarmers. Dagenlang spraken we thuis over laagjes, ik kan het woord niet meer horen.
Ik zag één voordeel: deze reis zou mij een levenslange vrijbrief opleveren. Hierna zouden we alleen nog warme steden bezoeken. Voor altijd.
De klassieke valkuil voor een ongeoefende Stockholm-bezoeker heet de ‘Scandinavische luchtspiegeling’. Je brein denkt dat je nog thuis bent. Ik zag H&M. IKEA. Moeders met bakfietsen. Veel welvaart. ‘Hebben wij ook,’ zei ik tegen mijn vrouw. ‘Maar dan warmer.’
De cultuurclash kwam twee dagen later. Stockholm - en de Zweden - bleken totaal anders dan Nederland. Ik kon niet direct uitleggen waarom. Het was een gevoel.
Op de derde dag van mijn verblijf begon ik langzamer te lopen. Ik maakte praatjes met vreemden. Het sneeuwde zachtjes in Stockholm. Geen Nederlandse natte sneeuw, maar sprookjessneeuw. Zoals in zo’n plastic schuddebol met huisjes en een blij figuurtje, dansend tussen de korreltjes. Ik zag mezelf.
We liepen door straten met een verse laag sneeuw die elk geluid dempte. Trams. Auto’s. Sirenes.
Niet zeuren over bonen
‘Ruimte, rust en hout’ stamelde ik de derde dag als een bekeerling. ‘Dat is het geheim van de Zweden.’ Een Zweeds café of koffiehuis is zelden hipperig. Het is huiselijk en getooid met veel houtwerk in zachte tinten. De tafels en stoelen zijn van hout. Er zijn dekentjes voor als je het koud krijgt, ook voor binnen. Er klinkt geen harde muziek.
En belangrijk: de barista in Stockholm is nooit vervelend en zeurt nooit over zeldzame bonen, extractietijd en waterchemie.
De tafeltjes staan ver uit elkaar. Minstens twee meter. Er is gewoon meer ruimte in Zweden. Wat me opviel: de gasten zaten stil te genieten van hun koffie met gebak. Dat heet fika - bijna een ritueel.
Gesprekken zijn zacht. Geen luid geroep, niet elkaar aftroeven in felle discussies, geen gore grappen. Het Deense hygge staat voor gezelligheid met veel kaarslicht, wol en stilte. Het Zweedse antwoord heet jantelagen. Dat betekent: denk niet dat je beter bent dan een ander. Doe normaal.
En dan het Scandinavische design, daar kwamen we voor. Ooit perfect omschreven door Kees van Kooten op de populaire Bescheurkalender. ‘Zweeds design? Hun diepe lepel is onze platte.’ Je moet de zin drie keer lezen voordat je ‘m snapt. Neem vooral de tijd. Zweeds bestek is rank, smal en bedachtzaam. Alsof elke hap tijd mag kosten. In Zweden mag het langzaam duren. Geen haast, geen grote bek aan de borreltafel, gewoon stil genieten.
Zweden, Stockholm.
Ja, we gaan terug.
Maar wel in de zomer.