“Hoeveel uren ik heb zitten staren naar de meren voorbij Toronto en de uitgestrekte tarwevelden met de kenmerkende silo’s, is ontelbaar.”
Bij presentaties over Canada houd ik het meestal bij vier korte verhalen over vier delen van het land. Dat is overzichtelijk, maar eigenlijk ook oneerlijk. Want Canada laat zich niet samenvatten. Niet in een presentatie, niet in een paar zinnen en eigenlijk ook niet in deze column.
Na afloop van zo’n presentatie komt steevast de vraag: wat is mooier? Dat is een lastige én een persoonlijke vraag. Ik antwoord dan meestal gekscherend: “Het westen is mooier, het oosten is leuker. Maar dat wil niet zeggen dat het westen niet leuk is en het oosten niet mooi.”
Wie goed oplet, merkt dat ik het midden van Canada oversla. Over dit deel wordt mij vaak gevraagd of het niet saai is. Meestal komt er dan vanuit mij een bevestigende reactie. Maar - er is altijd een maar - ook de opmerking dat het juist zo fascinerend is om een dergelijk groot gebied te doorkruisen en hiervoor de tijd te nemen.
Als we in Nederland iets leuks zien, dan ben je het zo gepasseerd, omdat we nu eenmaal in een klein land leven. Maar in dit deel van Canada heb je echt de tijd om weg te dromen. Ik heb het gebied een paar keer per trein doorkruist. Hoeveel uren ik heb zitten staren naar de meren voorbij Toronto en de uitgestrekte tarwevelden met de kenmerkende silo’s, is ontelbaar. Hier kom je echt tot rust, zowel lichamelijk als geestelijk. Je kijkt, je blijft kijken en je droomt weg.
Tijdens een van deze reizen stopte de trein bij een piepklein station. In de wijde omtrek was geen silo, geen kerk en geen huis te bekennen. Het enige wat ik zag was iemand in een Jeep die een postpakketje van de trein kwam halen. Terwijl ik daar zat, begon mijn hoofd te dwalen. Ik stelde me voor dat dit Evert van Benthem was, die een pakketje kwam ophalen van een bekend worstenmerk.
Evert wie, hoor ik sommigen denken? De man die twee keer de Elfstedentocht won en daarna naar Canada emigreerde, en meespeelde in een reclame van dat bekende worstenmerk. Waarom juist hier? Waarom in deze leegte? Misschien omdat leegte ruimte geeft. Om te denken en te dromen.
Al is het voor mij nooit bij één droom gebleven.