In het IJslandse kustdorp Grindavík brengen vulkanen zowel vernietiging als kracht. Ze voorzien het land van energie, maar dwingen ook hele dorpen tot evacuatie. Zo ook inwoner Páll Erlingsson: hij verliet zijn huis voor een weekend, en is ruim twee jaar later nog altijd niet teruggekeerd.
Páll herinnert zich de dag alsof het gisteren was. Het was 10 november 2023 toen hij na een korte werkdag thuiskwam om te ontspannen, maar in plaats daarvan begon de grond onder hem hevig te trillen. “Het was chaotisch en onophoudelijk,” vertelt hij. Rond vijf uur besloten hij en zijn zoon naar de sportschool te gaan, in de hoop daar wat afleiding te vinden. Maar eenmaal daar werd het erger. “De trillingen namen toe en halters vlogen van het rek. Toen wist ik: dit is niet veilig.”
Terug thuis was er geen rustige plek meer waar de grond stil leek te staan. “Het voelde alsof we op een vloeibaar balansbord stonden. Je zag de grond bewegen alsof het niet van steen was.” Op dat moment nam hij een besluit: ze moesten weg.
Het voelde alsof we op een vloeibaar balansbord stonden
Páll pakte alleen het hoogstnodige om het weekend in Reykjavík door te brengen. “De directe route was al afgesloten, dus we moesten via de zuidkust rijden. We wilden weg voordat vertrekken helemaal onmogelijk zou worden.”
Hij valt even stil. “Ik pakte voor een paar dagen, maar dat weekend werd maanden. Mijn zoon ging bij zijn vriendin wonen, ik bij de mijne. We hadden geluk, want niet iedereen had die mogelijkheid.” Páll valt even stil. “Op dat moment realiseerden we ons nog niet hoe erg de situatie was, het was zo surrealistisch.”

Een dorp op pauze
Ruim twee jaar later staat Pálls huis er nog steeds, maar veilig is het er niet. Van de 3.800 inwoners die Grindavík ooit telde, wonen er nu nog maar honderd. De rest vertrok tijdens evacuaties die vanaf november 2023 meerdere keren plaatsvonden.
Net buiten de zwaarst getroffen zone van Grindavík staat het commandocentrum. Van hieruit worden aardbevingen gemonitord, evacuaties aangestuurd en hulpdiensten gecoördineerd. "Dit is waar alles samenkomt,” vertelt Arnar Steinn Elísson, projectmanager bij Civiele Bescherming en Crisisbeheer van de IJslandse politie. “Politie, brandweer en reddingsteams werken hier 24 uur per dag samen."
De dreiging is constant, maar onvoorspelbaar. "Soms hebben we twee uur tussen een waarschuwing en een uitbarsting, soms slechts twintig minuten."
Het IJslands Meteorologisch Instituut meet continu wat er onder de grond gebeurt. Zodra er afwijkingen worden gemeten, wordt Civiele Bescherming geïnformeerd. "In de stad hebben we alarmsystemen. Zodra die afgaan, rijden politie en brandweer door de straten en kloppen we op deuren. Mensen weten dan: dit is het moment om te vertrekken,” legt Arnar uit.
Benieuwd naar het hele artikel? Lees verder in het nieuwste Reisbizz magazine.
Meer van dit soort verhalen lezen? Word member en ontvang elke maand het nieuwste magazine op je deurmat.