De Europese Commissie wil het kopen van tickets voor de internationale trein binnen Europa eenvoudiger maken. Reizigers moeten straks via één online platform een compleet ticket kunnen boeken voor treinreizen waarbij meerdere nationale spoorwegmaatschappijen betrokken zijn. Daarmee wil Brussel af van de versnipperde ticketmarkt die internationale treinreizen momenteel vaak ingewikkeld maakt.
Ook de rechten van treinreizigers worden in de voorstellen uitgebreid. Passagiers zouden recht krijgen op compensatie bij vertragingen, hulp bij omboekingen en vergoedingen als een trein uitvalt. Volgens de Commissie moet het boeken van een internationale treinreis net zo makkelijk worden als het boeken van een vlucht.
Veel reizigers ervaren internationale treinreizen als complex, vooral wanneer meerdere overstappen of vervoerders betrokken zijn. Nationale spoorbedrijven schermen hun ticketverkoop grotendeels af, waardoor externe platforms nauwelijks toegang hebben tot internationale treintickets.
Volgens Brussel is de markt daardoor ondoorzichtig gebleven, terwijl sectoren als luchtvaart en hotels al veel verder zijn gedigitaliseerd. Mede daardoor kiezen reizigers nog vaak voor het vliegtuig. Momenteel verloopt circa 8 procent van het Europese passagiersvervoer per trein, terwijl de EU juist meer korte reizen onder de 500 kilometer via het spoor wil laten plaatsvinden om klimaatdoelen voor 2050 te halen.
Met de wetsvoorstellen moeten spoorbedrijven zoals de Nederlandse Spoorwegen, Deutsche Bahn en NMBS verplicht meewerken aan één digitaal verkoopsysteem voor tickets voor de internationale trein.
Daarnaast wil de Commissie reizigers beter beschermen bij verstoringen. Zo komt er recht op 25 procent compensatie bij vertragingen tot twee uur en 50 procent bij langere vertragingen. Ook bij geschrapte treinverbindingen moet ondersteuning worden geboden.
De plannen kunnen rekenen op weerstand vanuit nationale spoorbedrijven en lidstaten, die hun positie in de ticketverkoop niet willen opgeven. Commissievoorzitter Ursula von der Leyen zette het voorstel al in 2024 op de agenda tijdens haar tweede termijn.