De personeelskorting op reizen – voor velen in de branche een van de ‘krenten in de pap’ – staat onder druk. Het kabinet wil de fiscale vrijstelling voor branchegerelateerde personeelskortingen per 1 januari 2027 schrappen.
De voorgenomen afschaffing van de fiscale vrijstelling voor personeelskorting op branche-eigen producten per 1 januari 2027 stuit op kritiek vanuit verschillende sectoren, waaronder de reisbranche. De maatregel maakt deel uit van het kabinetsvoorstel om de tijdelijke verlaging van de vrachtwagenheffing te financieren.
Voor reisorganisaties, touroperators en reisadviseurs heeft het schrappen van de vrijstelling grote gevolgen. Werkgevers mogen hun medewerkers nu nog belastingvrij korting geven op eigen reizen (tot maximaal 20 procent en een bepaald jaarlijks bedrag). Die specifieke regeling verdwijnt.
In de nieuwe situatie kunnen personeelskortingen alleen nog worden ondergebracht in de vrije ruimte van de Werkkostenregeling (WKR). Daar zit precies het knelpunt: bij veel reisbedrijven wordt die ruimte al volledig benut voor andere vergoedingen en secundaire arbeidsvoorwaarden.
Volgens brancheorganisaties leidt de maatregel tot een directe verslechtering van de arbeidsvoorwaarden. De personeelskorting is niet alleen een aantrekkelijk extraatje, maar ook een belangrijk middel om medewerkers kennis te laten maken met bestemmingen en producten.
Als werkgevers de korting willen behouden en de vrije ruimte wordt overschreden, geldt een eindheffing van 80 procent. Dat maakt het aanzienlijk duurder om deze regeling in stand te houden. Naast de financiële impact neemt ook de administratieve last toe. Reisbedrijven moeten personeelskortingen uitgebreider registreren en fiscaal verwerken. Volgens de sector staat dit haaks op het doel van het kabinet om regelgeving juist te vereenvoudigen.
In een arbeidsmarkt waarin het aantrekken en behouden van personeel al uitdagend is, vreest de reissector dat de maatregel de concurrentiepositie verder onder druk zet. Het verdwijnen van een populaire secundaire arbeidsvoorwaarde maakt de branche mogelijk minder aantrekkelijk als werkgever.
De sector roept politiek Den Haag op de plannen te heroverwegen en te zoeken naar alternatieve dekking, zonder de koopkracht van werknemers en arbeidsvoorwaarden te raken.
Verschillende branches hebben inmiddels de krachten gebundeld, op initiatief van INretail. Er is een gezamenlijke, ondertekende brief aangeboden aan beleidsmakers en Kamerleden.
Ook ANVR-directeur Frank Radstake uit zijn zorgen op LinkedIn. Hij benadrukt dat samenwerking tussen sectoren noodzakelijk is en noemt het afschaffen van de personeelskorting een slecht idee: de regeling is volgens hem een belangrijke arbeidsvoorwaarde die de betrokkenheid van medewerkers vergroot en helpt om producten beter te leren kennen. Samen met vijftien andere sectoren wijst de ANVR er bovendien op dat de maatregel de overheid relatief weinig oplevert, terwijl veel werknemers een waardevol voordeel verliezen.