Wanneer je met het vliegtuig de luchthaven van Bridgetown nadert, zie je direct hoe groen het eiland is. Hagelwitte stranden met wuivende palmen en temperaturen die zelden onder de twintig graden zakken: welkom op Barbados!
Acht uur vliegen, en dan staan de deuren van het paradijs open. Na een rechtstreekse KLM-vlucht land ik op Grantley Adams International Airport. Wanneer ik door alle checks heen ben, kan het grote genieten beginnen. Op weg naar het viersterrenhotel Sea Breeze Beach House in Christ Church, een ritje van een kwartier, kijk ik mijn ogen uit; Barbados is authentiek en een stuk minder toeristisch dan andere Caribische eilanden.
Eerste rang aan zee
De volgende ochtend word ik vroeg wakker. Deels door het tijdsverschil – op Barbados is het zes uur vroeger dan in Nederland – maar vooral door het geluid van de zee. Het Sea Breeze Beach House ligt direct aan het strand; alle kamers hebben een balkon met frontaal zeezicht. Ik duik het onwaarschijnlijk aquablauwe water in en besef hoe fijn het is om weer even de tropische warmte te voelen.
Op het strand is al vroeg bedrijvigheid. Een hotelmedewerker tuigt een catamaran op en is druk in de weer met surfboards. Al snel blijkt dat hij geen gewone strandmedewerker is: O’Neal Marshall, nu werkzaam als pool- en beachmanager bij het hotel, nam tweemaal deel aan de Olympische Spelen als windsurfer. In Atlanta in 1996 en in Sydney in 2000. Wanneer ik hem vertel dat ik uit Nederland kom, vraagt hij met een brede glimlach of ik olympisch atleet Stephan van den Berg ken. En of ik die ken.
Steve weet de weg
Barbados is niet zo groot: 430 vierkante kilometer, zo’n 300.000 inwoners en jaarlijks 600.000 toeristen. In ruim drie uur tijd rijd je met een huurauto het hele eiland rond. Maar leuker is het uitgebreide busnetwerk. Voor een vaste ritprijs van 3,75 Barbados dollar reis je van zuidkust naar noordkust. En elke bus heeft zijn eigen karakter.
De gele bus is de reggae-bus: muziek aan, raampjes open, favoriet bij de locals. Heb je geen haast, neem dan zeker deze. Rijdt de bus niet vol? Dan vervolgt hij zijn route in slakkentempo om zoveel mogelijk reizigers op te pikken. Wie sneller wil, stapt in de blauwe bus. En dan zijn er nog de witte privébusjes met roodbruine bies op de zijkant, ook voor 3,75 dollar. Let op: neem gepast geld mee, want wisselgeld krijg je niet terug.
Mijn gids deze vakantie is taxichauffeur Steve, die me het hele eiland rondrijdt en aan één stuk door vertelt over de do’s en don’ts. De westkust, legt hij uit, is favoriet bij toeristen: kalme zee, luxe hotels en restaurants. De oostkust is een heel ander verhaal; ruwer, stiller en de golven zijn er alleen geschikt voor zeer ervaren windsurfers.
Rum, verhalen en verse guave
Het sociale leven van de Bajans – zoals de eilandbewoners zichzelf noemen – speelt zich voornamelijk af in een van de vele rumshops. Er zijn er meer dan duizend op het eiland, van ’s ochtends vroeg tot laat open, en je kunt er niet alleen drinken maar ook je boodschappen doen. Geen hippe barretjes, maar gezellige huiskamers met vrolijke muziek en ontspannen sfeer. Tip van Steve: drink witte rum, scheelt je een hoop hoofdpijn de volgende dag.
Wil je meer lezen en tips voor Barbados? Lees het hele verhaal in het magazine via deze link.
Meer van dit soort verhalen lezen? Word member en ontvang elke maand het nieuwste magazine op je deurmat.