Het allerslechtste evenement voor de reisbranche dat ik in jaren heb bijgewoond, vond in maart plaats in een Amsterdams hotel. Daar had een Aziatisch land in een balzaal ter grootte van twee sporthallen een twintigtal tafeltjes neergezet, bemand door vertegenwoordigers van DMC’s, hotels en een luchtvaartmaatschappij. Ik heb zelden zo’n bizar evenement meegemaakt.
Het voelde alsof je een film van Alex van Warmerdam binnenstapte. Bij binnenkomst van de sfeerloze ruimte was er geen garderobe. Je jas mocht over een stoel worden gehangen aan een van de vele lege ronde tafels. In een hoek stond een bar opgesteld, waarachter een niet-Nederlandssprekende hotelmedewerker je liet kiezen tussen cola en Spa Rood. Meer niet.
Het was half zes, het einde van een drukke werkdag. Blijkbaar was het de bedoeling dat je direct aanschoof bij een van de tafeltjes met wachtende vertegenwoordigers. Er was alleen niemand om je welkom te heten of enige uitleg te geven, dus ik stak de lege zaal over en deed maar wat kennelijk van mij verwacht werd.
De mensen die ik sprak varieerden van gedreven tot totale desinteresse en weer terug. Het werd zeven uur en na anderhalf uur luisteren naar negen DMC’s, vier familiehotels en een luchtvaartmaatschappij begon mijn maag zich nadrukkelijk te roeren. In de naastgelegen ruimte stond al geruime tijd een buffet opgesteld met ongetwijfeld de lekkerste lokale gerechten uit het land. De geuren bereikten ons terwijl we nóg een uur lang presentaties en, als absolute finale, een speech van de ambassadeur moesten doorstaan.
Om half negen mochten we ons eindelijk als hongerige wolven op het buffet storten. Maar niet voordat ik nog een prijs in ontvangst mocht nemen: deelname aan een studiereis. Ik werd op het podium geroepen, de verplichte promotiefoto’s werden gemaakt en er werd haastig een visitekaartje in mijn hand gedrukt. Ik mocht de betreffende meneer mailen voor alle details. Dat is inmiddels drie maanden geleden. Hij heeft nooit meer gereageerd.
Toen ik het hotel verliet, stond de Mercedes van de ambassadeur pontificaal geparkeerd op het autovrije plein voor de ingang. Alsof parkeergarages slechts een westers concept zijn.
Fast forward: een ander hotel, een ander evenement. Australië ditmaal. Bij binnenkomst een glas bubbels, een ultrakorte introductie waarin werd gesteld dat het zakelijke deel best even kon wachten. Eerst werd er gegeten en gedronken. Daarna sprak ik aan elke tafel bevlogen vertegenwoordigers die met zichtbaar enthousiasme hun regio presenteerden, gevolgd door een gezellige borrel waarin iedereen elkaar op informele wijze beter leerde kennen. Een en al gastvrijheid.
Lieve collega’s uit de reisbranche: niemand onthoudt je PowerPoint, je ambassadeur of je goodiebag. Mensen onthouden hoe je ze laat voelen. En als dat vooral hongerig, verdwaald en licht geïrriteerd is, kun je nog zo’n prachtig land hebben. Maar dan boek ik voorlopig liever Australia.
Tekst: Kees Bikker