De Nederlandse reisbranche heeft IATA gevraagd om uitstel voor nieuwe, strengere betaalregels. Dit verzoek komt vanuit het overleg tussen IATA‑agenten en luchtvaartmaatschappijen (APJC NL). In mei bespreken de internationale IATA‑airlines dit voorstel.
Aanleiding is de wijziging van de betaaltermijnen binnen het IATA‑systeem. Nederlandse IATA‑reisagenten betalen nu wekelijks aan IATA, met een afgesproken betaaltermijn van 10 dagen. Hoewel IATA die termijn eerder wereldwijd verkortte naar 5 werkdagen, konden landen lokaal afwijken - iets waar Nederland succesvol gebruik van maakte.
Via het IATA-BSP wordt hier jaarlijks ruim 3 miljard euro afgerekend voor bijna 6 miljoen tickets, en het systeem functioneert volgens de sector uitstekend. In de praktijk werkt dit in Nederland uitstekend. Door de stevige financiële eisen aan reisagenten zijn er bijna nooit faillissementen of schade voor airlines. Daarom besloten agenten en airlines begin 2025 nog om de huidige betaaltermijn van 10 dagen te behouden.
Geen uitzonderingen meer
In 2025 besloot IATA echter dat lokale uitzonderingen verdwijnen. Daardoor moeten Nederlandse agenten straks enkele dagen eerder betalen. Dat lijkt een kleine wijziging, maar heeft bij grote volumes direct impact op de liquiditeit van agentschappen.
Verzoek om uitstel
De ANVR en vertegenwoordigers van reisagenten hebben daarom voorgesteld de invoering niet op 1 juni 2026 te laten ingaan, maar uit te stellen tot 1 januari 2028. De airlines binnen het Nederlandse APJC‑overleg hebben hiermee ingestemd. Het plan wordt begin mei besproken in het wereldwijde IATA-overleg. Wordt het voorstel niet aangenomen, dan gaan de kortere betaaltermijnen al in juni in.
Bron: ANVR – het volledige artikel, inclusief een toelichting van Walter Schut, is te lezen op de website van de ANVR.