Een kitesurfweek in Tarifa, een beklimming van de Mont Blanc of een spontane parachutesprong op huwelijksreis: actieve reizen zijn populair. Maar zodra een sportieve activiteit centraal staat, duikt al snel de vraag op: ben ik eigenlijk wel verzekerd als er iets misgaat? We legden vier praktijksituaties voor aan twee verzekeraars: LTA en AXA Partners. Hun antwoorden laten zien hoe belangrijk het is voor jou én je klant om de polisvoorwaarden goed te kennen.
LTA maakt onderscheid tussen wat zij een ‘relatief risico’ en een ‘absoluut risico’ noemen. Sportieve activiteiten die recreatief worden beoefend, vallen als relatief risico onder de standaard reisverzekering. Gaat het om sporten waarbij de kans op ernstig letsel structureel hoger is, zoals diepzeeduiken, downhill-mountainbiken of bepaalde hooggebergteroutes, dan is er sprake van een absoluut risico. Daarvoor is individueel overeengekomen dekking noodzakelijk bij een andere partij.
AXA Partners hanteert een vergelijkbare benadering: zij bieden ook geen aanvullende polissen voor extreme sporten aan. “Dergelijke activiteiten worden beter verzekerd via gespecialiseerde reisorganisaties of verzekeraars,” stellen zij.
Wat te doen bij een ongeval?
Beide verzekeraars zijn hier duidelijk over: medische zorg staat altijd voorop. De behandelend arts stelt een medisch verslag op, dat nodig is voor de beoordeling van de claim. Pas daarna volgt contact met de verzekeraar.
Bij LTA neemt een artsenteam de coördinatie over: zij beoordelen of repatriëring noodzakelijk is en regelen verdere hulpverlening. AXA Partners werkt op vergelijkbare wijze: op basis van het medisch verslag wordt beslist of en hoe de verzekerde naar huis terugkeert.
Vier scenario’s uit de praktijk
Benieuwd naar het hele artikel? Lees verder in het nieuwste Reisbizz magazine.
Meer van dit soort verhalen lezen? Word member en ontvang elke maand het nieuwste magazine op je deurmat.