De onrust in het Midden-Oosten zorgt voor grote onzekerheid in de reisbranche. Reisagenten krijgen daardoor te maken met tal van vragen: wat mag nog wel, wat niet meer, en hoe bereid je reizigers goed voor? Erik Jan Reuver, directeur van het Calamiteitenfonds, geeft antwoord op de belangrijkste vragen uit de praktijk.
“Ik zie verschillende landen genoemd worden… hoe weet ik nou of mijn bestemming onder deze calamiteit valt?”
De calamiteit geldt uitsluitend voor de bestemmingen die expliciet zijn genoemd in het bindend besluit van de calamiteitencommissie. Landen die al vóór de peildatum een oranje of rood reisadvies hadden, vallen niet onder dit besluit, omdat daar al sprake was van een bekende gevaarssituatie.
Tegelijkertijd zien reisagenten dat de praktijk soms minder zwart-wit is. Een bestemming kan niet op de lijst staan, maar wel degelijk geraakt worden door de situatie. In uitzonderlijke gevallen kan het besluit ook van toepassing zijn op andere landen in de regio. In zulke gevallen wordt per dossier bekeken of de regeling toch van toepassing kan zijn, altijd in afstemming met het fonds.
“Mijn klanten zitten niet in het Midden-Oosten, maar vliegen via Dubai. Wat betekent dit voor hen?”
Ook in dat geval kan de calamiteit van toepassing zijn, maar onder duidelijke voorwaarden. Dat geldt wanneer de terugvlucht niet uitvoerbaar is en reizigers door sluiting van luchtruim of overstapluchthavens niet meer via het Midden-Oosten kunnen terugvliegen. Deze situatie komt veel voor bij reizigers in Azië en Oceanië. Transitproblematiek wordt expliciet meegenomen in de beoordeling, mits de terugvlucht onderdeel is van de pakketreis.
“De terugvlucht gaat niet door… mogen wij zelf een alternatieve vlucht regelen? Moeten we daarvoor eerst toestemming vragen? En wat als er nauwelijks tickets beschikbaar zijn en prijzen oplopen?”
Verder lezen?
In de nieuwe editie van Reisbizz magazine kun je nog meer kennis opdoen.