Spanje is hard op weg naar een nieuwe mijlpaal. Het land verwacht dit jaar voor het eerst meer dan 100 miljoen buitenlandse toeristen te verwelkomen. Dat heeft de Spaanse minister van Industrie en Toerisme, Jordi Hereu, maandag gezegd, meldt ANP.
Vorig jaar ontving Spanje al een recordaantal van 96,8 miljoen buitenlandse toeristen. Met 134 miljard euro aan toeristische bestedingen blijft de sector een van de belangrijkste pijlers van de Spaanse economie. Ook in het eerste kwartaal van dit jaar namen zowel het aantal bezoekers als de toeristische inkomsten verder toe. Daarmee is de forse terugval tijdens de coronapandemie ruimschoots goedgemaakt. In 2020 daalde het aantal buitenlandse bezoekers met 77 procent tot 18,9 miljoen.
Volgens Hereu draait het niet om zoveel mogelijk bezoekers, maar om een beheersbare groei. De minister spreekt van een model van 'kalme groei', waarbij toeristen beter worden gespreid over het jaar én over het land.
Die strategie sluit aan bij de promotiecampagne Think You Know Spain? Think Again, waarin niet de bekende stranden centraal staan, maar juist cultuur, gastronomie, natuur, erfgoed en minder bekende regio's. Daarnaast zet Spanje in op duurzamer toerisme, met aandacht voor onder meer water- en energieverbruik en de gevolgen van klimaatverandering.
De groei van het toerisme leidt tegelijkertijd tot toenemende spanningen. In verschillende Spaanse steden en vakantiebestemmingen, waaronder Barcelona, Mallorca en Tenerife, vonden de afgelopen jaren protesten plaats tegen massatoerisme. Bewoners wijzen onder meer op de druk op de woningmarkt, doordat steeds meer woningen worden verhuurd als vakantieverblijf.
Om de druk op populaire bestemmingen te verlagen, promoot Spanje nadrukkelijker minder bekende regio's, waaronder Galicië, Asturië, Cantabrië, Baskenland, Navarra, Extremadura en Castilla y León.