Ondanks bestaande regelgeving ervaren vliegtuigpassagiers met een lichamelijke of mentale beperking nog altijd veel obstakels tijdens hun reis. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van Breda University of Applied Sciences (BUas). Volgens de onderzoekers is het tijd voor een andere aanpak: betrek reizigers met een beperking actief bij de ontwikkeling van diensten en processen.
Dat is hard nodig, want bijna een op de vier volwassenen in de Europese Unie – zo'n 90 miljoen mensen – leeft met een beperking. Voor deze groep is toegankelijk vliegen nog altijd geen vanzelfsprekendheid.
Voor het onderzoek, dat is gepubliceerd in het vakblad Research in Transportation Business & Management, brachten de onderzoekers de volledige klantreis van vliegtuigpassagiers met uiteenlopende beperkingen in kaart. Daarbij gaat het onder meer om rolstoelgebruikers, reizigers met een visuele of auditieve beperking en mensen met een onzichtbare aandoening, zoals autisme of een angststoornis.
Uit het onderzoek blijkt dat zich in vrijwel iedere fase van de reis knelpunten voordoen: van het online boeken van een vlucht tot het ophalen van de bagage.
Volgens de onderzoekers zit het probleem niet alleen in de fysieke toegankelijkheid, maar vooral in de opeenstapeling van kleine obstakels. Een onduidelijk boekingsproces, informatie over een beperking die tijdens het incheckproces niet goed wordt doorgegeven of een rolstoel die na aankomst beschadigd uit het ruim komt, lijken op zichzelf misschien incidenten. Samen zorgen ze echter voor een stressvolle en soms onwaardige reiservaring.
"Er bestaan veel voorschriften en normen, maar de problemen blijven bestaan", zegt Simone Moretti, senior onderzoeker Tourism Impacts on Society bij BUas. "De luchtvaartsector heeft goede bedoelingen, maar voor een consistente en waardige dienstverlening is meer nodig dan alleen naleving van regels. Het vraagt om een goed begrip van wat deze passagiers daadwerkelijk meemaken."
Met het oog op de verwachte groei van het aantal vliegtuigpassagiers in de komende jaren waarschuwen de onderzoekers dat de luchtvaartsector het risico loopt een systeem op te schalen dat een grote groep reizigers blijft uitsluiten. Daarom pleit BUas ervoor om passagiers met een lichamelijke of verstandelijke beperking actief te betrekken bij de ontwikkeling van nieuwe diensten, processen en infrastructuur.
Volgens de onderzoekers hoeft de luchtvaartsector daarbij niet te kiezen tussen uniforme veiligheidsnormen en maatwerk voor individuele reizigers. Verbeteringen kunnen op alle luchthavens op een consistente manier worden doorgevoerd en tegelijkertijd worden afgestemd op de behoeften van individuele passagiers.
In dat kader werkt de hogeschool samen met verschillende Europese universiteiten aan INCLAVI (Inclusive Aviation), een door het Erasmus+-programma gefinancierd project dat onderwijs en kennis ontwikkelt om vliegreizen inclusiever te maken. Daarnaast ontwikkelde BUas samen met partners een gratis training voor professionals in de luchtvaartsector.