Met de komst van twee nieuwe lijndiensten op Schiphol van Aziatische topcarriers Vietnam Airlines en de terugkeer van oude bekende Thai Airways lijkt de jacht op de Nederlandse reiziger definitief geopend. Beide maatschappijen vliegen meerdere keren per week naar respectievelijk Hanoi en Bangkok, twee bestemmingen die ongekend populair zijn onder het reislustige Nederlandse publiek. En geloof me: dit is nog maar het begin.
Jarenlang werd de markt voor verre bestemmingen grotendeels gedomineerd door de Europese maatschappijen. Natuurlijk was er concurrentie uit het Midden-Oosten, maar de echte krachtverschuiving lijkt nu vanuit Azië zelf te komen. En dat is goed nieuws voor de reiziger. Want concurrentie betekent betere prijzen, betere service en vooral: een hogere lat voor iedereen.
Ik betrap mezelf er steeds vaker op dat ik KLM bewust vermijd. Niet omdat ik het onze nationale trots niet gun, integendeel. Ik heb een zwak voor KLM en vlieg nog steeds graag met onze blauwe trots. Maar als consument kijk ik uiteindelijk naar prijs, product en beleving. En juist daar begint het verschil steeds groter te worden.
De ticketprijzen van KLM zijn de afgelopen jaren fors gestegen. Daar mag je best iets tegenover verwachten. Helaas merk ik dat de service, de catering en de totale premiumbeleving vaak achterblijven bij wat de beste Aziatische maatschappijen bieden. Daar word je nog echt als gast behandeld in plaats van als passagier met een stoelnummer.
Aziatische hospitality is geen marketingterm; het zit diep verankerd in de cultuur. De glimlach is oprecht, de service voelt persoonlijk en niets lijkt te veel gevraagd. Dat begint al bij het instappen en eindigt pas wanneer je de bagageband bereikt.
Neem Singapore Airlines. Daar wordt in Business Class nog altijd de beroemde saté geserveerd als signature dish, een klassieker waar veel reizigers speciaal naar uitkijken. Bij Cathay Pacific uit Hongkong krijg je een menukaart waar je spontaan honger van krijgt, zelfs als je net hebt gegeten. EVA Air uit Taiwan serveert verfijnde Aziatische gerechten van restaurantkwaliteit en All Nippon Airways en Japan Airlines laten zien dat ook eenvoud perfect kan zijn als het met aandacht wordt bereid.
En dan hebben we het nog niet eens over maatschappijen als Starlux Airlines, misschien wel de meest indrukwekkende nieuwkomer van de afgelopen jaren. Een maatschappij die vanaf dag één besloot niet te concurreren op prijs, maar op kwaliteit. Luxe cabines, prachtig design, uitstekende catering en een service waar menig Europese luchtvaartmaatschappij alleen maar jaloers op kan zijn.
Daar komt nog iets bij: de vlootvernieuwing. Terwijl veel Europese maatschappijen nog jaren zullen doorvliegen met oudere toestellen, investeren Aziatische airlines massaal in de nieuwste generatie Airbus A350's en Boeing 787 Dreamliners. Stil, zuinig, comfortabel en voorzien van de modernste Business Class-suites. De concurrentie speelt zich allang niet meer alleen af op de grond, maar juist aan boord.
Ook op Schiphol zie je deze verschuiving steeds duidelijker. Naast China Airlines, EVA Air, Singapore Airlines, Cathay Pacific, Korean Air, China Eastern, Xiamen Airlines, Air China en Garuda Indonesia komen daar nu dus Vietnam Airlines en Thai Airways bij. En eerlijk gezegd verwacht ik dat dit lijstje de komende jaren alleen maar langer wordt. Ik verwacht dan ook dat Hainan airlines zich gaat melden die nu al op Brussel vliegen oa naar Chongching de Chinese superstad.
Waarom? Omdat Azië booming is. Economisch, toeristisch én zakelijk. Vietnam behoort tot de snelst groeiende economieën ter wereld. Thailand blijft een absolute publieksfavoriet en Japan, Zuid-Korea en Taiwan trekken steeds meer Europese bezoekers. Tegelijkertijd reizen ook steeds meer Aziatische toeristen onze kant op. De vraag groeit aan beide kanten.
Het gevolg is een steeds grotere Aziatische overmacht op de langeafstandsmarkt. Niet alleen in aantallen bestemmingen, maar vooral in kwaliteit. Waar Europese maatschappijen jarenlang de standaard bepaalden, lijken de rollen langzaam omgedraaid. De innovatie, de gastvrijheid en de investeringen komen tegenwoordig opvallend vaak uit Azië.
Dat zou KLM en andere Europese maatschappijen juist moeten inspireren. Want uiteindelijk profiteert de reiziger van gezonde concurrentie. Niemand verwacht dat KLM opeens saté gaat serveren of Japanse buigingen gaat maken. Maar een stap extra zetten op het gebied van service, catering en persoonlijke aandacht zou geen overbodige luxe zijn.
Want laten we eerlijk zijn: een vlucht is allang niet meer alleen een manier om van A naar B te komen. Zeker op intercontinentale routes koop je een totale ervaring. Vanaf het moment dat je incheckt totdat je je bestemming bereikt.
En precies daar winnen de Aziatische maatschappijen momenteel terrein. Niet met schreeuwerige reclames of stuntprijzen, maar simpelweg door iedere dag opnieuw een beter product neer te zetten.
De Aziatische invasie is dus geen bedreiging. Het is een wake-up call. Voor Schiphol, voor KLM en eigenlijk voor de hele Europese luchtvaart. Want wie denkt dat de concurrentie van morgen nog uit Europa komt, kijkt duidelijk de verkeerde kant op.