De verhoging van het btw-tarief op logies van 9 naar 21 procent zet de Nederlandse verblijfsrecreatie stevig onder druk. Hotels, vakantieparken, pensions en B&B's staan voor een lastige keuze: hogere kosten doorberekenen aan de gast of genoegen nemen met lagere marges. Vooral in kust- en grensregio's groeit de zorg over de gevolgen voor de concurrentiepositie en de regionale economie.
Sinds 1 januari geldt voor kortdurend verblijf het algemene btw-tarief van 21 procent. Voor veel ondernemers komt die maatregel op een ongunstig moment. De sector heeft de afgelopen jaren al te maken gekregen met fors gestegen loonkosten en een sterke stijging van de toeristenbelasting. Gemiddeld nam die tussen 2021 en 2025 met ruim 31 procent toe. Tegelijkertijd blijven investeringen in kwaliteit, verduurzaming en innovatie noodzakelijk.
Het hogere btw-tarief maakt Nederland bovendien duurder ten opzichte van buurlanden. In Duitsland en België geldt voor logies een lager btw-tarief, waardoor zowel Nederlandse als buitenlandse gasten sneller over de grens kunnen uitwijken. Ondernemers vrezen dat prijsverhogingen direct zullen leiden tot minder boekingen, terwijl het zelf opvangen van de extra belasting de toch al krappe marges verder onder druk zet.
Ook de Vereniging van Nederlandse Kustgemeenten maakt zich zorgen. De organisatie waarschuwde de minister onlangs voor de gevolgen van de btw-verhoging. Volgens de kustgemeenten raken teruglopende overnachtingen niet alleen hotels en vakantieparken, maar ook de bredere regionale economie, de werkgelegenheid en de leefbaarheid van toeristische kustplaatsen.
Volgens de sector kan een herziening van het btw-tarief bijdragen aan het behoud van een gezonde concurrentiepositie. Daarnaast kunnen gemeenten zelf invloed uitoefenen via toeristen- en parkeerbelastingen. Ondernemers proberen ondertussen de impact te beperken met aantrekkelijkere arrangementen, meer toegevoegde waarde en intensievere regionale samenwerking.