Na jaren van uitstel, twijfel en strategisch schuiven, maakt de Airbus A350-900 deze zomer haar entree bij KLM. Een toestel dat in de industrie al lang geen nieuwkomer meer is, maar voor de Nederlandse vlaggendrager voelt als een sprong naar de toekomst. De vraag is alleen: hoe toekomstgericht is een keuze die eigenlijk al bijna een decennium geleden gemaakt had moeten worden?
Want laten we eerlijk zijn: de A350 is geen revolutionair nieuw vliegtuig meer. De eerste commerciële vlucht vond plaats in 2015, en maatschappijen als Singapore Airlines en Finnair vliegen er al sinds 2016 mee. Inmiddels zijn er wereldwijd meer dan 700 A350’s geleverd en vliegen er ruim 600 toestellen bij zo’n 40 luchtvaartmaatschappijen. Terwijl concurrenten hun longhaulvloten al jaren moderniseren met dit type, begint KLM pas in 2026 met de introductie. Dat betekent dat de maatschappij ongeveer tien jaar later instapt dan de eerste golf gebruikers, en zelfs ruim vijf jaar na veel directe concurrenten in Europa en Azië.
De vertraging is niet uit de lucht komen vallen. In 2019 besloot Air France-KLM nog om de A350’s volledig bij Air France onder te brengen, terwijl KLM zou focussen op de Boeing 777 en 787. Een keuze die destijds werd verkocht als ‘vlootvereenvoudiging’, maar die achteraf vooral gewoon uitstelgedrag blijkt. Pas in 2023 werd het roer definitief omgegooid met een nieuwe order van 50 A350’s binnen de groep, waarvan 22 exemplaren naar KLM gaan. Daarmee erkent de maatschappij impliciet dat de ‘Boeing-only’-strategie op lange afstand niet houdbaar was.
Ondertussen tikte de klok gewoon door. Concurrenten profiteerden al jaren van lagere operationele kosten, hogere passagierswaardering en een duurzamer imago. De A350 verbruikt tot 25 procent minder brandstof en produceert aanzienlijk minder geluid dan oudere widebody’s, zoals de A330’s die als eerste vervangen gaan worden. Dat zijn geen marginale verbeteringen, maar structurele voordelen die direct doorwerken in kosten, slots en milieudruk.
Wat betekent die vertraging concreet? Simpel: jarenlange hogere kosten en een competitief nadeel. Waar maatschappijen als Qatar Airways, Singapore Airlines en zelfs zusterbedrijf Air France hun A350-vloten al hebben opgeschaald (Air France heeft er inmiddels bijna veertig in dienst), moest KLM het doen met verouderende A330’s en 777-200ER’s. Er zal ongetwijfeld de nodige onvrede zijn geweest binnen de Air France-KLM-top over de ‘oneerlijke’ toewijzing van de nieuwe toestellen. Want die oude kisten zijn niet alleen minder efficiënt, maar worden ook steeds moeilijker te exploiteren in een Europa waar duurzaamheid en geluidsrestricties centraal staan. Zeker op Schiphol, waar elke decibel en kilo CO₂ telt, is dat een strategische handicap.
De introductie van de A350 bij KLM is zonder twijfel goed nieuws. Het toestel biedt meer comfort, lagere kosten en een broodnodige stap richting verduurzaming. Maar het is ook een pijnlijk laat antwoord op een vraag die de markt al jaren geleden stelde.
In een industrie waarin timing alles is, voelt deze stap minder als vooruitgang en meer als inhalen. Of, om het plat te zeggen: de A350 bij KLM is geen voorsprong, maar het wegwerken van een achterstand. En een flinke ook. En misschien is dat wel de kern van het verhaal: niet dat KLM nu de juiste keuze maakt, maar dat die keuze zo lang op zich heeft laten wachten.
De luchtvaart is geen sprint, maar een marathon. Alleen helpt het niet als je pas begint te rennen wanneer de rest al halverwege is.